PV Den Brink

Get Adobe Flash player

 

MET DE  PERSONEELSVERENIGING IN 1990 NAAR ZWITSERLAND.


Op zaterdagochtend, 25 augustus 1990, was het voor zevenen bij de parkeerplaats van het ABH al een drukte van belang. Bijna 100 mensen waren vastvoornemens om zich per autobus naar Zwitserland te laten vervoeren om daar een aantal echte bergen te gaan bestormen. De hele expeditie zou vijf dagen gaan duren inclusief de dag rijden er naar toe en de dag rijden weer terug. Dat was niet te merken aan de hoeveelheid bagage die klaar stond want dan zou je eerder het idee gehad hebben dat we een maand of zo weg gingen. De twee bussen werden geladen en zo gingen we op reis. Onderweg de nodige pauzes om wat te eten of te drinken of het omgekeerde daarvan en zo gebeurde het dat we pas laat in Landquart op de camping Neue Ganda aankwamen. Meteen werd onze kampeerkunst aan de tand gevoeld want de camping stond vrij vol met caravans etc. en daartussen moest men maar ergens een plekje voor de tent zien te vinden. Het was inmiddels donker geworden en helemaal droog bleef het ook niet dus leuk werd het sowieso wel. Toen de tenten stonden natuurlijk meteen op zoek naar een eetgelegenheidje hoewel er ook heel echte kampeerders bij bleken die meteen hun eigen potje in het donker begonnen te koken. Hoe die nacht verder verlopen is kan ik onmogelijk meedelen want ik ben blijkbaar in coma geraakt en wist dus van niets meer.
Op zondagochtend begon op een zeer onchristelijke tijd (ca. half zeven) het alarm van mijn horloge te piepen. Opstaan, wassen, ontbijten en de boel pakken die je die dag mee wilde nemen. Tot groot leedwezen van de mensen die brood wilden halen bleek dat niet op de genoemde tijd aanwezig. We reden dus een half uurtje later dan was gepland met de bussen naar het startpunt van ons eerste traject maar niemand die daar moeite mee had. Het weer was een beetje druilerig en zo gingen we in kleine groepjes op weg nadat de buschauffeurs ons heel nadrukkelijke vooral veel sterkte hadden toegewenst. Het werd een dagje klimmen waar je, kersvers uit Nederland komend, toch wel de voeten aan vol had. Het is werkelijk onvoorstelbaar als je ziet hoe een semi-ambtenaar kan zweten en dan nog wel tijdens het weekend! Van het startpunt dat op een hoogte van 1200 meter lag kwamen we, via de rotswand van de Flimserstein, uiteindelijk terecht bovenop de Cassonsgrat die 2700 meter hoog is. Het is voor mij als watersporter, die meestal waterpas recreëert, een geweldige ervaring wanneer je na zo'n lange tocht naar boven plotseling over de rand zo'n paar honderd meter vertikaal omlaag kunt kijken. Ik moet er echt aan wennen want mijn maag heeft neiging over dwars te gaan staan maar ik voel me er niet vervelend bij. Het weer was eigenlijk niet zo optimaal want er trokken regenwolken door de dalen die het uitzicht af en toe behoorlijk beperkten en even later liepen we in de motregen en in de mist. Toch nog een aantal steenbokken gezien die ergens op een plateau lagen en waar we heel dicht langs konden lopen en waarvan we foto's konden maken. Tijdens de pauze die we hielden in de op 2700 meter hoogte gelegen Segnes-hütte begon het pas echt heel hard te regenen en dat bleef die late middag verder zo. Ons groepje heeft blijkbaar een stukje verkeerd en dus omgelopen maar we kwamen toch uit in het Berghaus Nagens op 2128 meter hoogte waar we zijn moesten. Het woord "berghut" doet misschien aan een of ander klein hutje denken maar dat was dit dus beslist niet. Een geweldig groot bouwwerk dat er van binnen als een gigantische paraplu uitzag met heel zware houten dakbalken en ramen rondom. Meerdere verdiepingen met slaapzalen, prima sanitaire voorzieningen zodat iedereen meteen onder de warme douche wilde en een gezellige restaurant. Daar kregen we een heerlijk diner aangeboden van de PV. Natuurlijk moest er ook voldoende bij worden gedronken want de meesten waren door de (totaal onbekende?) lichamelijke inspanning van die dag zo verdroogd dat ze het peilglas geheel leeg hadden staan. Die nacht had ik het idee dat ik op de veel te warme slaapzaal geen oog dicht kon doen maar 's morgens bleek ik het mis te hebben. Ik was geloof ik de enige die juist wel sliep en daar zo onvoorstelbaar bij gesnurkt heb dat de rest geen oog meer dichtgedaan heeft. Men schijnt zelfs tegen mijn bed geschopt te hebben en geroepen te hebben of ik op mijn buik wilde gaan liggen maar ik lag blijkbaar weer eens in coma.

 

Op maandag, 27 augustus, werden we wakker met een stralende lucht buiten. Een fantastisch uitzicht op de bergen om ons heen. Na het ontbijt dat erg gezellig was werden de spullen weer bijeen gepakt en vertrok men in groepjes. Via een paadje daalde je eerst af in een vallei met een vlakke kleibodem waar vroeger een gletsjer heeft gelegen. Tussen de stenen zagen we een klein roofdiertje dat zich meerdere keren liet zien. Een martertje of wezeltje of zoiets; ik heb daar geen verstand van maar ik vind het wel mooi er naar te kijken. Aan de andere zijde van de vallei ging het pad omhoog en het bleef omhoog gaan! We passeerden daarbij een uitloper van een gletser en aan de overkant daarvan moesten we een heel hoge puinhelling op via een smal steil paadje van wel 20 cm. breedte. Wanneer je dan onderweg terug kijkt naar waar je vertrokken bent dan heb je het idee dat je in een vliegtuig zit. Martensloch bij ElmOnderweg was er een behoorlijk gevaarlijk stukje. Soms verdenk ik de organisatie van dit soort tochten ervan dat ze door de directie wordt gesubsidieerd om het "natuurlijk verloop" van KEMA-personeel te bevorderen. Het laatste stukje omhoog was helemaal om over naar huis te schrijven maar dat kon natuurlijk niet wanneer je aan de kettingen hangt te bengelen en de handen vol hebt om het vege lijf te redden. De inspanning werd echter zeer beloond want op de Segnes-pas, een door de Zwitserse WV klein stukje vlakgemaakte bergtop, was het zalig pauzeren en genieten in het zonnetje van een onvoorstelbaar mooi uitzicht. Daarna moesten we weer een "stukje" omlaag! Vanaf meer dan 2600 meter terug naar 900 meter. De discussies onderweg die zich ontsponnen betreffende "het zwakke geslacht" dat mannen vief voorbij dreigende te lopen laat ik hier maar even achterwege (voor eigen veilig­heid) . Ik kan u wel verklappen dat ik, op het laatste stukje vlakke asfaltweg het dorp Elm in, letterlijk met knikkende knieën liep en het gevoel had dat die korte beentjes van mij zeker een decimeter verder in elkaar gestuikt waren en er schijnen meer mensen geweest te zijn met dit soort verschijnselen. Het koude bier op het eindpunt smaakte natuurlijk onvoorstelbaar goed en zo werden we met de wachtende bussen weer richting tentenkamp gereden. Eten in het restaurant of zelf klaarmaken op een brandertje en daarna heerlijk voldaan de slaapzak   in om enige flinke uilen te knappen.

 

Op dinsdagmorgen, 28 augustus, was iedereen 20 rond een uur of acht weer present bij de bussen die ons in het dorp Elm, waar we de dag ervoor wandelend waren aangekomen, weer afzetten. Weer was dit een wandeldag waarbij het een heel stuk omhoog ging van 900 meter naar de 2400 meter hoge Panixer-pas en vervolgens weer omlaag. Het begon al leuk want het Zwitserse leger stond met geschut in het dal tegen een verderop gelegen bergwand te schieten en dat galmde en dreunde geweldig zodat je je steeds te pletter schrok. Het weer was erg mooi en dat is natuurlijk wel een groot voordeel als je van de uitzichten genieten wilt. Onderweg werden we nog "aangevallen" door een stel tamme varkens van een boerderij die over de alpenweitjes renden en de sinaasappels in mijn rugzak blijkbaar goed konden ruiken. Ze waren echter makkelijk te dresseren. Vlak voor het hoogste punt van de tocht bleek er bergkristal te vinden en dat betekende een pauze van minstens een uur want de "kristal­koorts" sloeg toe. Alle achter ons lopenden passeerden ons en zo werden we natuurlijk de allerlaatsten. Na heel veel soebatten, wat absoluut geen resultaat had, kon ik eindelijk mijn medeloper en loopsters met een nutsje naar de rugzakken terug lokken en konden we in ijltempo de tocht vervolgen. We moesten nl. op tijd bij de wachtende bussen op het eindpunt zijn. Bijna rennend zijn we van de pas naar beneden gekomen maar desondanks waren we erg laat. "Dan nemen we het laatste stukje maar de postbus", riepen we. De laatste ging die dag, volgens de opgave van onze onvolprezen organisatie, om 17.55 uur en we hadden nog net een kwartiertje over. Die tijd werd besteed om in een cafeetje een geweldig grote pot koude pils naar binnen te slaan. Helaas bleek er een kleine kink in de kabel. De genoemde dienstregeling gold tot en met 18 augustus en wij stonden er 10 dagen later m.a.w. helemaal geen bus meer! Dat betekende dus gewoon in ijltempo, met het bier in de kuiten!, vijf kwartier verder de berg af! Paniek, dat voelt u natuurlijk wel. Maar als de nood het hoogst is is de redding nabij en aangezien iedereen toch krijgt wat hem toekomt zaten wij natuurlijk steengoed. Er stopte een Zwitser met een terreinwagentje en die was bereid er "even" 8 personen met rugzakken bij te proppen en zo reden we even later, al toeterend naar de anderen die zich het vuur uit de sloffen liepen om nog de bus te halen, naar beneden. Wie zei ook al weer dat Zwitsers altijd zo'n stug en onvriendelijk volkje waren?

groepsfoto 1990's Avonds hadden we in een mooi restaurant gezamenlijk een gezellig en heerlijk diner waarbij er werd gespeeched en de mensen van de organisatie werden bedankt voor de geweldig leuke tocht die ze ons hier weer mee hebben bezorgd. De dag erop reden we weer richting Nederland terwijl het opmerkelijk rustig in de bus was. Het was weer een fantastische ervaring en hoewel ik tegen elke helling op altijd denk: "Dit doe ik NOOIT meer", denk ik nu al weer: "Kan ik me alvast weer voor 1991 inschrijven?" We zien elkaar weer bij de komende foto- en dia-avond dus tot ziens en organisatie, nogmaals, heel hartelijk dank voor jullie geweldige inzet,  het was grandioos!

 

Leo van Hulst.