PV Den Brink

Get Adobe Flash player

Het gedenkboek was uit en Evert teleurgesteld. Niet over het boek natuurlijk, maar over mij. "Waarom heh jij niks geschreven. lk had van jou zeker een stukje verwacht," zei hij, waarbij hij op kenmerkende wijze de klemtonen in de beide zinnen aanbracht. "Maar je kan nog, want er komen nog een paar bijdragen," voegde hij eraan toe. "Hoeveel tijd heb ik dan?", vroeg ik hoopvol. "Nog wel een paar maanden," was het antwoord. Om onze gewaardeerde reisplanner, voorloper en opvanger niet verder te verdrieten mompelde ik maar, dat ik m'n best zou doen.
Dit als eerste aanleiding tot dit stukje. Maar daarmee had ik een probleem. Waarover zou ik nog iets zinnigs kunnen schrijven? Na al die ontroerende, informatieve, emstige en vrolijke verhalen die echtgenote Marlies en ik aandachtig hadden gelezen. Doch niet gewanhoopt, toen de nood echt hoog en diep was, trad vriend en introducé Robert op als reddende engel. Dat zit zo. Tijdens onze wandeling vanochtend (wij maken geregeld flinke tochten op de Veluwezoom) legden wij aan bij een hotel van goede faam en naam. Ik vertelde
hem, dat Marlies mij er rustig, maar vasthoudend toe had gebracht foto's in te plakken; en dan ook een verhaal erbij. Van de laatste twee jaar en dus ook van de PV bergtochten. "Waarom doe je het niet over Müstair?", riep hij uit: "Het verhaal heb je al bijna klaar." En dit is de tweede aanleiding tot een verhaal dat maar nauwelijks over bergtochten gaat. U bent gewaarschuwd !
Müstair, augustus 2000 (“Heb net de Umlaut op de PC geleerd”). Op een dag bijna 1000 km rijden met de bus, een uur eerder weg en bij Davos dan nòg een hele tijd. Robert en ik vonden onszelf nog meer te oud geworden voor de camping.
Het werd dus weer het "chauffeurshotel", nu Hotel Chalavaina, een eeuwenoude herberg met een gelagkamer, gangen en slaapkamers van arvenhout. Maar ook met moderne kunst aan de muren. Het was in de honderdjarige strijd tegen Oostenrijk nog eens hoofdkwartier van de Zwitsers geweest, zei de waard met eerbiedige trots. Jon Fasser is zijn naam. Hij en zijn twee zussen, allen ongetrouwd en in de zeventig, zijn de vierde generatie in dit familiehotel. En de laatste, vreest hij. Een menukaart kende hij niet. "Heute hab' ich ...," zei Jon 's avonds. En de groenten kwamen uit eigen tuin.
Campinggasten vonden onze keus niks, maar kwamen wel kijken. De jonge Schiebaan wist nu de bestemming van zijn huwelijksreis, nu nog een bruid vinden. Ze kwamen kijken en eten, de een na de ander. Rob vertelde dan boeiende verhalen over zijn belevenissen als chauffeur. Hoe braver de vrouwen thuis, des te ondeugender op reis, was vaak het thema.

Van de fabuleuze tochten naar de Piz Umbrail en de Rotlspitz heb ik maar een enkele foto in het  album kunnen doen. Niet de Ofenpas, niet dat adembenemende uitzicht op Italië, niet de afdaling op die steile en smalle gruishelling, niet de bus die met z'n kont vastzat in de bocht van de weg en niet de gerieflijke afdaling per postbus. Eigenlijk alleen maar foto's over het lieflijke stadje. Op de laatste dag hebben we getweeën gespijbeld en een absoluut hoogtepunt gehad. Ons hoogste punt: het klooster, bewoond door nonnen, nog twee handen vol. Wij waren gekomen in de geschiedenis van Europa, wat krijg, kunst, cultuur en christendom betreft.
Nadat Karel de Grote de Longobarden aan barrels had gehakt, werd deze abdij gesticht. Monasterium, vandaar Müstair. Klooster en herberg op de kruising van drie bergpassen, vemoemd naar Johannes de Doper, de woestijnheilige. Onderkomen ook van bisschoppen en koningen. Arme Johannes, op het fresco achter hoofdaltaar biedt Salome zijn hoofd aan aan Herodes. Karel kijkt van opzij toe. En dan de zijwanden, een en al fresco uit zijn tijd, van voor naar achter en van boven naar beneden. De bijbel als een stripboek, oud en modern tegelijk. Heel stil werden we ervan, net zo stil als bij dat uitzicht op Italië.

A revair, Jon!

Hans Bennebroek, januari  2002

P.S. Robert is al twee maal teruggeweest. Vanmorgen kwam het idee op volgend jaar gevieren te gaan.  En dan logeren in de herberg, of in de kloosterherberg.