PV Den Brink

Get Adobe Flash player

Nooit vergeet ik die zonnige dag eind augustus 1997. Met een select groepje enthousiastelingen  reden wij in het kleine busje, dat wij in dat jaar naast de grote bus bij ons hadden, naar Grächen. Wij zouden de ca. zes uur durende tocht van Grachen over de "Höhenweg" naar Saas-Fee maken. De sfeer in het busje was al heel bijzonder. De tocht was door mij als iets speciaals en voor doordouwers aangekondigd. Precies op tijd kwamen we aan bij de lift die ons op niveau zou brengen. André werd bedankt voor het brengen. Een half uur later waren we onderweg over een stenig pad, licht stijgend. Het uitzicht was adembenemend. Door een landschap met weinig, maar verweerde bomen, bezaaid met grove kleine en grote rotsen zag je in de verte 4000 meter-toppen liggen. Tijdens de voorbereiding een maand geleden waren daar nog twee nederlanders op de top van de Dom door vermoeidheid  om het leven gekomen.
Tussen de rotsen veel alpenbloemen, waarvan de meesten echter al uitgebloeid waren.
Na een half uur gestaag omhoog en omlaag was het tempo redelijk moordend geworden en zag ik voor mij al de eerste damp uit de nekken slaan. " Hela, kan het niet wat rustiger daarvoren" werd achter mij geroepen door Coen richting zijn zoon Han die kopwerk deed. "Het lijkt wel een commandotroep" riep iemand. "Jazeker, dit is operatie “schuimkraag" was het antwoord! Vanaf dat moment werd dit een legendarisch begrip op onze bergtochten.
Het pad versmalde tot een paadje van enkele decimeters. Rechts een rotswand die in het blauw verdween en links een ca. 900 meter diepe afgrond.  Je moest goed opletten waar je de voeten neerzette. De hoogte van het pad varieerde tussen de 2100 en 2400 m.
Anderhalf uur later werd gestopt op een rotsplateau met grandioos uitzicht op een serie watervallen ten zuiden van ons en het lange Saasdal voor ons. Op de verdere tocht konden wij rechts steeds door erosie diep uitgesneden dalen waarnemen met uitzicht op steile rotskammen en gruiskegels. Het hooggebergte op z'n mooist!
Eenmaal stortte een ijs- en steenlawine met donderend geraas op veilige afstand naar beneden. Een spectaculaire doorgang over metersgrote rotsblokken vertraagde de opmars van de groep. Opmerkelijk was dat allen zonder uitzondering merkbaar bijzonder genoten van de overweldigende natuur om ons heen en de stilte.
Diverse woest naar beneden stortende beken moesten overschreden worden. Met enige onderlinge hulp ging dat zonder veel gevaar, hoewel het vaak om centimeters ging.
De sfeer bleef fantastisch, want hoewel er in een behoorlijk hoog tempo gelopen werd, was er nog genoeg adem en tijd over om te genieten van het landschap, iets te vertellen, te luisteren of foto's te maken. Deze dag zal mij altijd bijblijven door de optimistische en ondernemende geest die van alle leden van de groep afstraalde.
Vijf uur later bereikten wij het bos voor Saas-Fee. Rechtsboven was de Feegletscher al te zien, blinkend wit in de brandende zon. Van hier uit was het nog een uur gaans. Tijdens de voorbereiding was dit bos net een paradijs.
Tussen de lariksen bloeiden werkelijk duizenden alpenroosjes, waardoor onder de bomen als het ware een roserood tapijt gevormd werd.
Aan de overkant konden wij goed het pad zien waar de andere lopers die dag omhoog zouden gaan vanuit de camping in Saas Grund. Ook zagen wij de twee liften vanuit het dal omhoog gaan naar 3400m. De afstand was te groot om mensen te kunnen onderscheiden, anders hadden wij Hans Weber omhoog zien gaan met de liften.
Exact na zes uren liepen wij Saas-Fee binnen. Eigenlijk niet moe, ondanks het hoge tempo. Wij passeerden een voortuin waar honderden Edelweissbloemen in bloei stonden. Tot dan had ik er in 15jaar tijd pas 3 gezien, in Graubünden.
Op een zonnig terras bestelden wij 7 pullen bier. Operatie schuimkraag was geslaagd!!
Door de dramatische gebeurtenis later op de dag is van deze operatie tot nu toe weinig bekend geworden.