PV Den Brink

Get Adobe Flash player

Tijdens de voorbereiding wordt ook steeds gekeken en voorgeproefd in de lokale restaurants. De besten geven wij dan op in de reisbeschrijving zodat men geen tijd verliest met zoeken.
De typisch zwitserse geneugten zijn Rösti, Raclettes (gesmolten kaasplakken met zilveruitjes, augurken en Pellkartoffeln: ongeschilde aardappelen), Zürcher Geschnetzeltes, Bündnerfleisch, Linsen- en Gerstensuppe en de onverwoestbare Zigeunerschnitzel. In Graubünden eet men Capuns. Verder voor bij de thee allerlei heerlijke koeken zoals Linzer Torte, Marronitorte in het Bergell en Nusstorte.
Een traditie vóór elke tocht is even een kop koffie met een Nussgipfli en tevens de plaatselijke krant doornemen voor het weerbericht.
Onderweg in de spaarzame berghutten, restaurants of boerderijen is rivella een geliefde drank. Bij de meeste boerderijen staat wel een z.g. Brunnen met drinkbak, waar men heerlijk ijskoud bergwater kan drinken. De boeren hebben vaak soep, Süssmost, melk, geitenkaas, koffie met of zonder Schnaps en bruin zwaar brood met kaas.
Onderweg is van alles te eten voor wie er op let. Carla Muntinga heeft hier een scherp oog voor. Er is een overvloed aan bosbessen en soms wilde aardbeien en op lagere hoogte bramen. Zij verliest dan ook soms tijd met het plukken en eten.
Na de tochten is het Gurten bier vom Fass de meest populaire drank, meestal in litervorm. Later wordt ook wijn gedronken. Zo is de Fendant, zwitserse witte droge wijn, zeer geliefd, vooral bij de Raclette. Bij rood vlees drinken we Dôle uit Wallis.
Ten slotte is aan de stamtafel 's avonds het afzakkertje Appenzeller erg lekker en staat garant voor een goede nachtrust ondanks lekke luchtbedden of doorgelegen matrasjes. Als Rinus er een paar op heeft, is hij bijzonder handig in het vangen van vliegen.
Wat neemt men zoal mee?
Het is elke keer weer verrassend hoe zwaar een aantal rugzakken is. Nootjes, repen, boterhammen, yoghurt, fruit, gedroogd fruit, veel water enz.
Soms werd er zelfs op pashoogte aangekomen soep klaar gemaakt (door o.a. Frans Kemper). Op de camping werd ook gekookt door veel lopers.
Coen Schiebaan en consorten sloegen echter alles. Als je daar een praatje ging maken stond je werkelijk versteld van de hoeveelheid worsten (hoog opgehangen in de tent vanwege de vossen), hammen, lekkere hapjes en een onbekende maar heerlijk uitziende collectie andere eetwaren die langzaam maar zeker verorberd werd. Je werd evenwel altijd zeer gastvrij door Coen ontvangen, waar we dankbaar enig misbruik van maakten!
Een erg leuke ervaring was de boer op de pas, in de regen op weg naar Aeschi. Hij zou voor ons soep en koffie gereed hebben. Daar aangekomen na drie uur door de stromende regen gelopen te hebben, werden we naar de stal geleid, voor deze gelegenheid omgedoopt tot eetkamer. Echter door de zware regen annex gladheid was de boer genoodzaakt geweest de koeien op stal terug te zetten. Dus zaten wij gemoedelijk met onze ruggen naar een rij koeienkonten. Zo nu en dan flapte er een grammofoonplaat naar beneden achter ons en ontsnapten rare geluiden. De boer verzorgde ons evenwel prima. Hij serveerde grote mokken soep, brood met kaas en koffie met zeer grote scheuten Schnaps. Schrijver dezes ging als gevolg hiervan bij de afdaling twee keer in volle lengte onderuit op het modderpad. Everline Mensink beleefde daarna ook nog angstige momenten bij een te breed geworden beek waar ze overheen moest via een stel gladde stenen.
Een spectaculair gelegen restaurant bleek de Chemihütte te zijn, vlakbij Aeschi, met een wijds uitzicht over de Thunersee van Thun tot Interlaken. Wij noemden het "de chemiehut".
Bij het slotdiner op de allereerste tocht kregen wij toen het hoofdgerecht opgediend werd een angstig gevoel. De porties leken wel erg klein voor stevige bergwandelaars.  Gelukkig bleek dit ongegrond. In Zwitserland komen de obers bij groepsdiners meestal opnieuw voorbij om te vragen of men nog meer vlees, groenten of rösti c.q. rijst wenst. Wij kregen het eten dus niet op.
Qua hoeveelheid eten is de maaltijd in Berghaus Nagens nog steeds legendarisch. Wij waren daar aangekomen in een dermate dikke mist dat de meesten 50 m voor het gebouw gestaan hadden en het niet konden vinden. Wij zouden daar ook overnachten. Het diner begon met een heerlijke dikke soep en iedereen dacht dat het dat was en schepte nog eens op. Tot veler schrik bleek het hoofdgerecht nog te komen en nog vele malen meer en lekkerder te zijn.
Ongeloofelijk voldaan en dik verdwenen wij later op de avond in het Massenlager waar uren later een enorm geronk opsteeg uit de rijen van 25 bedden.
Recordeters zijn Martijn Venema en Daan Dijk altijd gebleven. Martijn heeft eens rond de 21 raclettes verorberd (Je mag er altijd eten zoveel je op kunt voor dezelfde prijs). Bij een andere gelegenheid kregen wij borden met frites die zo groot waren dat de meesten hun bord half leeg lieten staan. Martijn at vervolgens na zijn eigen bord nog drie halve lege borden op. Zijn schoenmaat was ook wel heel groot evenals die van Daan. Daan is tevens de record afdaler. Hij daalt zo snel dat je na 100 m dalen al een km achter ligt.
De gelegenheden voor het slotdiner moeten voldoen aan drie criteria: goede prijs/kwaliteit verhouding, typisch zwitsers met houten betimmering en allen in één ruimte. Meestal lukt dit.
In Aeschi hebben wij ooit gedineerd in de oudste restaurantstube van Zwitserland en met zwitserse muziek (Schwyzerörgeli). Dankzij baron André hebben we ook al eens op een kasteel gedineerd met de groep, hetgeen zeer sfeervol was.