PV Den Brink

Get Adobe Flash player

Met de bus gaan we altijd naar Zwitserland en terug.
In de loop der jaren hebben wij op al die 15 tochten een redelijk aantal chauffeurs op diverse bussen gehad. Ze hadden allen hun eigenaardigheden en gebruiksaanwijzing.
Ondanks rookverbod werd er toch stiekem door de chauffeurs gerookt met als verontschuldiging dat het raampje daarom steeds open stond.
Sommigen wilden geen centrale afrekening van de koffie, hetgeen weer veel overredingskracht van André of Rinus vereiste.
Eens hadden we een chauffeur die had een knippertik in zijn ogen. Hij knipperde zo vaak en zo lang dat wij uitgerekend hadden, met een stopwatch erbij, dat hij een kwart van de reis de weg niet gezien heeft.
Verder probeerden alle chauffeurs ons via Frankrijk te laten rijden. Dit om duistere financiële redenen waar wij zelf niets aan hadden. Tot er een, met weinig geografische kennis behept, ons ongeveer 5 keer de grens over heeft laten rijden van België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, weer Duitsland en weer Frankrijk. Samen met de overige grensposten leverde dit die dag 7 keer de grens over op! Die hebben we dus nooit meer genomen.
Ook hadden we eens een Pietje precies. Hij reed nergens te hard, hield zich minutieus aan de rusttijden op de meest idiote momenten en had weinig gevoel voor humor. Laten we nu op de terugreis in de Ardennen een politiecontrole krijgen. Wat blijkt? Hij had vergeten zijn rijtijdenschijfje uit te wisselen de avond tevoren. Dus een zeer vette boete ...
Zelden liep een chauffeur een tocht mee.
Soms moesten we de bus uit omdat de bus met z'n kont de grond raakte in een haarspeldbocht.
Al gauw kregen we door dat de nederlandse bussen een stuk breder zijn dan de zwitserse postbussen. Speciaal als er tunnels zijn breekt dit je als voorbereider op. Gelukkig kwam ons op weg omhoog naar het Lac de Tseuzier een postbus tegemoet die ons tegenhield en vertelde dat we er waarschijnlijk niet door konden.
Resultaat: allemaal de bus uit en rugzak op en twee uur extra te gaan!

Liften gebruikten we af en toe. Meestal voor een z.g. Höhenweg, die vrij horizontaal pleegt te lopen of als de totale looptijd te lang dreigt te worden. Een mooie lift is die van Lauterbrunnen naar Mürren.
Tijdens de voorbereiding van de Saas-Fee tocht werden wij verrast door noodweer. Dus snel naar een lift. Ik probeerde eerst nog in mijn plastic broek te geraken, hetgeen niet lukte, terwijl de regen al naar beneden gutste. Rinus en Marijke dachten mij te helpen en begonnen aan de broek te sjorren, die vervolgens openscheurde. Later bleek het de regenbroek van mijn dochter te zijn. Toen wij daarna in paniek bij de lift kwamen ging die niet vanwege bliksemgevaar.  Voor de technici: de bliksem kan de bedieningselektronica  beschadigen zodat de liften blijven hangen. Dus uren gewacht op einde noodweer.

Taxi's gebruikten we alleen maar als we totaal verkeerd gelopen zijn, boven de 10% verliezen dreigen te komen of het te donker wordt.

Karretjes waren wel eens welkom als de bus niet tot bij de camping kon komen. In Kippel in het Lötschental was dat het geval. Iemand heeft toen ter plekke iets geregeld zodat er een handkar was voor de bagage.

Uniek was het gebruik van de boot. Na de tocht over de Sichel naar Merligen aan de Thunersee leek het een goed idee om met de boot over te steken naar de overkant en vandaar naar de camping in Aeschi te lopen. De overtocht en het uitzicht waren prachtig.

Regelmatig kom je in Zwitserland in treinen terecht. Gewoon spoor, smalspoor (Schynige Platte), tandradbaan (Niesen). Alles gehad.