PV Den Brink

Get Adobe Flash player

Vanaf het begin van de bergtochten  is er gekampeerd.
De opzet was een gevoel van pioniersgeest te krijgen. Tevens bleven de tochten op deze wijze voor alle lagen van de PV-leden betaalbaar.
Aanvankelijk werd na elke tocht de tent 's morgens weer ingepakt en 's avonds weer opgezet. Er was immers na de tochten tijd genoeg om de tent weer op te zetten. Bovendien gingen we toen ook uit van een basiskamp aan de Aare bij Bern. Het nut daarvan was dat we niet al te ver hoefden te rijden de eerste dag en met daglicht de tent konden opzetten. Door toedoen van soms eigenwijze chauffeurs, die z.g. kortere routes via Frankrijk meenden te kennen, lukte dat laatste niet altijd.
Nadeel was dat 's morgens vaak een kletsnatte boel weer de bus in moest. lnmiddels blijven we op één plek, hetgeen ook z'n voordelen heeft.

Opbouw en happy hour
Het is steeds weer een grappig gezicht als de groep arriveert. Men ziet een grasveld, bezet met enkele tenten van vakantiegangers die eind augustus rustig met veel ruimte op de camping staan.
Plotseling stopt een bus met dieselgeronk en stappen er ca. 50 personen uit die binnen 5 minuten een enorme berg tassen, koffers, tentzakken, stoeltjes en andere spullen op het gras uitstallen.
Weer  10 minuten  later staat er een tentenkamp met gemiddeld 60 tenten (door Rinus opgegeven als kleine tenten vanwege de prijs), hetgeen sterk aan een vluchtelingenkamp  doet denken.
Het meestal aanwezige kampwinkeltje annex bar ontwikkelt zich al snel tot het locale ontmoetingscentrum,  waar je te weten kunt komen hoe laat de broodjes aankomen, hoe laat de bus vertrekt en of het gaat regenen.
Bij goed weer is het na elke tocht altijd erg gezellig tussen  17h00 en 19h00 als ieder terug is van de bergtocht. De sfeer is vaak uitgelaten en het ene na het ander sterke verhaal doet de ronde onder het genot van menig literpulletje (Humpen) of Stange met Gurten bier. De leukste plek in dit opzicht was de kampwinkel in Müstair. Daar hadden we prima weer en een paar banken voor de winkel in de zon. Hier vormde zich altijd snel een leuke kring.

Regen
Regen is vervelend, maar heeft ook z'n grappige kanten. Zoals die keer dat wij in stromende regen uit Nederland aankwamen in het donker op een camping ten zuiden van Bern. Gelukkig konden we ter plekke een paar caravans organiseren. Deze raakten echter zo vol dat André en Evert in een ruimte ter grootte van een kast terecht  kwamen en in het overige deel 5 paren op de grond lagen.
Of die keer dat we in Lauterbrunnen overnachtten. Weer bakken regen. Boven zag je de bergen al wit worden van de sneeuw. De tent van André stond net in een soort dal, dat inmiddels in een stuwmeer veranderd was. Dat werd dus een vlucht naar een houten bouwsel dat ergens toevallig leeg stond.

Vorst
Echt vervelend wordt het onder nul. Die beproeving moesten we doorstaan in Evolène in Wallis. Het vroor 's nachts min 4 graden. De oorzaak was slecht weer in combinatie met de hoogte van meer dan 1600 m.
Het was zaak je zo klein mogelijk te maken in de slaapzak en de nodige Appenzeller te drinken om in ieder geval van binnen warm te zijn. Toen wij de volgende morgen de rits van de tent openmaakten keken we uit over een mooi witbevroren weide.
De camping in Zweisimmen had iets speciaals, namelijk een soort houten vloertjes waar je de tent op kon zetten. Bovendien had deze camping de beschikking over een eigen zwembad met uitzonderlijk koud water! Echter de douche was nog kouder, zodat na het douchen het zwemwater heel even aangenaam aanvoelde.

Marinedouche
Op de camping in Landquart was maar één herendouche ter beschikking. Al gauw kwamen we op de gedachte op de oude marinewijze te douchen. Uitkleden, natmaken, inzepen buiten de douche, afspoelen. Het resultaat was een rij blote kerels die tot buiten stonden te wachten. Het is overigens vaak behelpen in Zwitserland op de campings. Men heeft in dit land kennelijk voorkeur voor luxere gasten.